Door regelmatig flink te trainen en vetarm te eten kan al binnen enkele maanden
een goed resultaat worden bereikt. Je moet er niet raar van opkijken dat je door
de training ook meer gaat eten: dat geeft niet, zolang het maar koolhydraten en
geen vetten zijn! Wel moet er voor worden gewaakt dat het verschil tussen opname
en verbruik niet groter wordt dan 750 kcal per dag, omdat dan de kans bestaat
dat er spierweefsel wordt verbrand.
Veel mensen denken dat je langdurig en vooral rustig (wandelen of fietsen) moet
gaan sporten als je gewicht wilt verliezen, omdat zo de vetbranding het hoogst
is. Het is echter beter om intensiever te gaan sporten. Je verbrandt zo evenveel
vetten, maar ook meer koolhydraten en glycogeen. Tijdens een rustige training
verbrand je ongeveer 500 kcal per uur. Het percentage vetten is hierbij ongeveer
50%. Het verbruik aan vetten is hierbij dus 250 kcal. Bij een intensieve
training verbrandt je heel wat meer: 1000 kcal per uur. Het verbruik aan vetten
is echter afgenomen tot 25%. Bij deze intensieve training is het verbruik aan
vetten dus ook 250 kcal! Een ander belangrijk voordeel is dat na de volgende
maaltijd eerst de glycogeenvoorraad in de spieren wordt aangevuld en daarna een
eventueel energieoverschot als vetmassa wordt opgeslagen. Het is natuurlijk wel
zo dat rustige sportbeoefening veel langer kan worden volgehouden en er dus ook
meer (vet) verbrand gaat worden. Het kost echter wel meer tijd. Een ander nadeel
van intensieve training is dat je lichaam het ook moet aankunnen en dat het een
veel zwaardere trainingsvorm is.
Voor degene die op een rustige manier vet willen verbranden hieronder de
hartslag tabel aan de hand van de maximale hartslag. |
|
|
|
|
|
|
|
· |
Bepaling maximale hartslag 
Deze is onafhankelijk van de trainingstoestand! Daalt na
het veertigste levensjaar ongeveer 1 slag per minuut per jaar. |
|
|
|
|
|
Via een test
Methode 1:
Klinische test door een sportarts.
Voor meer informatie: Conditietesten.nl. |
|
|
|
|
|
Via berekening(minder betrouwbaar)
Niet echt betrouwbaar. Er kan een verschil van +/- 15 slagen optreden.
Methode 1: 220 - leeftijd
Methode 2: Mannen: 214 - (0.8 * leeftijd)
Vrouwen: 209 - (0.7 * leeftijd) |
|
|
|
|
|
|
|
· |
Aan de hand van maximale hartfrequentie  |
|
|
Het voorbeeld is voor iemand met een
van maximale hartslag van 180. |
|
|
|
|
|
Voorbeeld |
|
|
|
|
|
|
|
Ondergrens |
|
Bovengrens |
|
Gewichtverlies: vetverbranding |
55% |
|
99 |
65% |
|
117 |
|
Fitness zone: algemeen conditieniveau |
65% |
|
117 |
80% |
|
144 |
|
Aërobe zone: gezond hart |
80% |
|
144 |
90% |
|
162 |
|
Anaërobe zone: uitputting |
90% |
|
162 |
100% |
|
180 |
|
|
|
|
|
|
Rekenmachine |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tips  |
|
· |
Voor een afvalschema hardlopen:
Runinfo.nl. |
|
|
|
|
· |
In Nederland heeft bijna de helft van de mannen en
ongeveer 40% van de vrouwen last van overgewicht. |
|
|
|
|
· |
Zware botten zijn niet zo zwaar dat ze erg veel invloed
hebben op je lichaamsgewicht: iemand met zware botten mag maximaal twee
kilo van zijn/haar gewicht aftrekken. De smoes van "Ja, maar ik heb
zware botten" gaat dus niet op.
|
|
|
|
|
· |
Met je gewicht steeds op ongeveer het dezelfde tijdstip: het beste na het
opstaan. |
|
|
|
|
· |
Neem gewoon de tijd als je wilt afslanken. Bepaalde
eet- en leefgewoontes en verander je niet zomaar binnen de kortste
keren. |
|
|
|
|
· |
Gewichtstoename kan ook gewoon betekenen een toename van
spierweefsel en versterking van de botten. |
|
|
|
|
· |
Per persoon is genetisch bepaald waar vetreserve wordt opgeslagen. Bij mannen is
dat vooral bij de buik. Bij vrouwen heupen, buik, billen en dijen. Ook is het zo
dat vet het eerst verdwijnt waar het voor het laatst opgeslagen is. |